| Nederlands | Engels | Example |
|---|---|---|
| accepteren | to accept | Ik accepteer dat mijn vriendin een andere mening heeft. Ik moet dat accepteren.
onvoltooid verleden tijd/ voltooid verleden tijd/ |
| bereiken | to achieve | Ik bereik mijn doelen door hard te werken.
Ik zal mijn doelen bereiken. onvoltooid verleden tijd/ voltooid verleden tijd/ |
| beschermen | to protect | Ik bescherm mijn kinderen.
Ik moet ze beschermen. |
| beïnvloeden | to influence | Ik beïnvloed mijn collega’s om een ander project aan te nemen.
Mijn visie zal ze beïnvloeden.
voltooid verleden tijd/ |
| combineren | to combine | Ik combineer mijn werk met mijn hobby.
Ik ga mijn werk met mijn hobby combineren.
voltooid verleden tijd/ |
| ontwikkelen | to develop/ to evolve | Ik ontwikkel mezelf door regelmatig nieuwe cursussen te volgen.
Ik kan mij dan sneller ontwikkelen.
voltooid verleden tijd/ |
| overtuigen | to persuade | Ik overtuig mijn vrienden om mee te gaan naar de film.
Ik moet mijn vrienden overtuigen.
voltooid verleden tijd/ |
| reageren | to react | Ik reageer altijd snel op e-mails.
Ik zal snel reageren.
voltooid verleden tijd/ |
| vergelijken | to compare | Ik vergelijk verschillende opties voordat ik een keuze maak.
Ik ga de opties vergelijken.
voltooid verleden tijd/ |
| beslissen | to decide | Ik beslis om mijn laptop te verkopen.
Ik ga iets beslissen.
voltooid verleden tijd/ |
| ervaren | to experience | Ik heb ervaren hoe belangrijk het is om te sporten.
voltooid verleden tijd/ |
| informeren | to inform | Ik informeer mijn collega’s over de nieuwe deadline.
Ik ga mijn collega’s informeren.
voltooid verleden tijd/ |
| verwachten | to expect | Ik verwacht dat mijn pakket morgen wordt bezorgd.
Ik kan mijn pakket morgen verwachten.
voltooid verleden tijd/ |
| beheersen | to master | Ik beheers de Engelse taal vloeiend.
Ik wil de Nederlandse taal ook beheersen.
voltooid verleden tijd/ |
| wijzigen | to modify | Ik wijzig mijn planning om een vergadering bij te wonen.
Ik moet mijn plannen wijzigen.
voltooid verleden tijd/ |
| corrigeren | to correct | Ik corrigeer mijn spelfouten voordat ik mijn email verzend.
Ik moet mijn fouten corrigeren.
voltooid verleden tijd/ |
| stimuleren | to stimulate | Ik stimuleer mijn team om hun doelen te bereiken.
Ik ga mijn team stimuleren.
voltooid verleden tijd/ |
| analyseren | to analyze | Ik analyseer de data om patronen te ontdekken.
Ik ga de data analyseren.
voltooid verleden tijd/ |
| ondersteunen | to support | Ik ondersteun mijn collega bij haar nieuwe project.
Ik zal mijn collega ondersteunen. onvoltooid verleden tijd/ voltooid verleden tijd/ |
| verbergen | to hide | Ik verberg mijn gevoelens in moeilijke situaties.
Gevoelens moet je niet verbergen. onvoltooid verleden tijd/ voltooid verleden tijd/ |
| bevorderen | to promote | Ik bevorder de samenwerking binnen het team.
Ik ga de samenwerking bevorderen.
voltooid verleden tijd/ |
| verwerven | to acquire | Ik verwerf nieuwe kennis door boeken te lezen.
Ik ga meer kennis verwerven.
voltooid verleden tijd/ |
| bekijken | to view | Ik bekijk de presentatie voordat ik op het podium ga staan.
Ik ga de presentatie bekijken. onvoltooid verleden tijd/ voltooid verleden tijd/ |
| interpreteren | to interpret | Ik interpreteer de resultaten van het onderzoek.
Ik ga de resultaten interpreteren.
voltooid verleden tijd/ |
| verhogen | to increase | Ik verhoog de productiviteit door efficiëntere werkmethoden te introduceren.
We gaan de productiviteit verhogen.
voltooid verleden tijd/ |
| hervormen | to reform | Ik hervorm het bestaande beleid.
Ik ga het bestaande beleid hervormen.
voltooid verleden tijd/ |
| ontdekken | to discover | Ik ontdek nieuwe mogelijkheden.
Ik ga mogelijkheden ontdekken.
voltooid verleden tijd/ |
| presenteren | to present | Ik presenteer mijn idee aan het team.
Ik ga mijn idee presenteren.
voltooid verleden tijd/ |
| onderzoeken | to investigate | Ik onderzoek de markttrends om te kijken of er nieuwe kansen zijn voor ons bedrijf.
Ik ben nieuwe kansen aan het onderzoeken.
voltooid verleden tijd/ |
| bevestigen | to confirm | Ik bevestig mijn aanwezigheid op de vergadering.
Je kunt mijn aanwezigheid bevestigen.
voltooid verleden tijd/ |
| versnellen | to accelerate | Ik versnel het proces door efficiënter te werken.
Ik ga het proces versnellen.
voltooid verleden tijd/ |
| verbeteren | to improve | Ik verbeter mijn vaardigheden door regelmatig te oefenen.
Jij moet mij verbeteren.
voltooid verleden tijd/ |
| verankeren | to anchor | Ik veranker deze paal aan de muur.
Ik ben de paal aan het verankeren.
voltooid verleden tijd/ |
| promoten | to promote | Ik promoot het nieuwe product aan klanten.
Ik ga het product promoten.
voltooid verleden tijd/ |
| realiseren | to realize | Ik realiseer me nu pas hoe belangrijk dit project is.
Ik moet mij dat realiseren.
voltooid verleden tijd/ |
| verzekeren | to assure NOTE: In English we have 3 words to assure, insure and ensure, each meaning something else but in the same area. In Dutch we use only: verzekeren |
Ik verzeker mijn auto tegen schade.
Ik moet mijn auto verzekeren.
voltooid verleden tijd/ |
| ontmoeten | to meet | Ik ontmoet regelmatig nieuwe mensen op evenementen.
Ik ga mensen ontmoeten.
voltooid verleden tijd/ |
| inspireren | to inspire | Ik laat me inspireren door andere ondernemers.
voltooid verleden tijd/ |
| onderhandelen | to negotiate | Ik onderhandel over de prijs van de auto.
Ik moet onderhandelen over de prijs. onvoltooid verleden tijd/ voltooid verleden tijd/ |
