Het huis/ the home (speak)

English Dutch How to say As in…
House Huis
een huis
1 huis > 2 huizen
Ik woon in een huis.
(i live in a house)
Window Raam
het/ een raam
1 raam > 2 ramen
Je kijkt door het raam naar binnen of naar buiten. Een raam is van glas.
( You look inside or outside through the window. A window is made of glass)
Front garden Voortuin
de voortuin
1 voortuin > 2 voortuinen
Het huis heeft een voortuin. De voortuin stond vol bloemen.
(The house has a front garden. The garden was full of flowers)
Front door Voordeur
de voordeur
1 voordeur > 2 voordeuren
Je gaat naar binnen door de voordeur.
(You enter through the front door)
Mailbox Brievenbus
de brievenbus
1 brievenbus > 2 brievenbussen
Post gaat door de brievenbus.
( Mail goes through the mailbox)
Lock Slot
het/ een slot
1 slot > 2 slotten
De voordeur zit op slot. De voordeur IS op slot. Je steekt de sleutel in het slot.
( The front door is locked. You put the key in the lock)
Doorbell Deurbel
de/ een bel
1 bel > 2 bellen
Je belt aan met de deurbel.
( you ring the doorbell)
Hallway Gang/ hal
de gang/ hal
1 gang > 2 gangen
Je hangt je jas op in de gang.
( You hang your coat in the hall)
Livingroom Woonkamer
de woonkamer
1 woonkamer > 2 woonkamers
In de woonkamer kun je lekker zitten.
(You can sit in the livingroom)
Kitchen Keuken
de/ een keuken
1 keuken > 2 keukens
In de keuken maak je eten
( In the kitchen you make food)
Toilet WC/ toilet
de WC, het toilet
1 WC > 2 WC’s
1 toilet > 2 toiletten
Ik moet naar de WC
( I have to go to the toilet)
Cellar Kelder
de/ een kelder
1 kelder > 2 kelders
De kelder zit onder het huis.
(The cellar is beneath the house)
Backdoor Achterdeur
de achterdeur
1 achterdeur > 2 achterdeuren
Via de achterdeur kom je in de achtertuin.
(Trough the backdoor you enter the backyard)
Backyard Achtertuin
de achtertuin
1 achtertuin > 2 achtertuinen
In de achtertuin kun je lekker BBQ-en.
(You can have a nice BBQ in the backyard)
Stairs Trap
de trap
1 trap > 2 trappen
Met de trap ga je naar boven
(With the stairs you go upstairs)
Bedroom Slaapkamer
de  slaapkamer
1 slaapkamer > 2 slaapkamers
Boven zijn vaak de slaapkamers
(Upstairs you will find the bedrooms)
Bathroom Badkamer
de badkamer
1 badkamer > 2 badkamers
In de badkamer kun je douchen.
(You can take a shower in the bathroom)
Attic stairs Zoldertrap
de zoldertrap
1 zoldertrap > 2 zoldertrap
Met de zoldertrap kom je op zolder
(With the attic stairs you enter the attic)
Attic Zolder
de zolder
1 zolder > 2 zolders
De zolder is in de nok van het huis.
( The attic is at the the ridge of the house)
Roof Dak
het/ een dak
1 dak > 2 daken
Op het dak zit een vogel. Op het huis zit een dak.
(On the house is a roof)
Chimney Schoorsteen
de/ een schoorsteen
1 schoorsteen > 2 schoorstenen
Er komt rook uit de schoorsteen.
(There is smoke out off the chimney)