Client_page

Verbs, nouns

Blok 1

  1. Algemeen / General
  2. Letters en klanken / Alphabet and Pronouncing
  3. Begrippen / Concepts
  4. Nummers, geld en tijd/ Number, Money and Time
  5. Familie / Family

Blok 2

  1. Hoeveelheden in woorden / Quantities with words
  2. Kleding / Clothes
  3. Lichaam / Body
  4. Eten en Drinken / Food and Drinks
  5. Op weg / On the Road

Blok 3

  1. Werkwoorden I
  2. Vervoer / Transportation
  3. Dieren / Animals
  4. Gebouwen / Buildings

Blok 4

  1. De badkamer / bathroom
  2. In de keuken / at the kitchen
  3. Hoeveel is het? / How much?
  4. Het huis / Home

Blok 5

  1. Werkwoorden II
  2. Werkwoorden III
  3. Homoniemen / homonyms
  4. Op kantoor / At the office

Learn!:

Meest gebruikte zwakke werkwoorden I / Most used weak verbs
Meest gebruikte zwakke werkwoorden II / Most used weak verbs

Explanations

  1. Lidwoorden / Articles
  2. Klinkers & Medeklinkers / Vowels & Consonants
  3. Werkwoorden en vervoegen/ Verbs and Conjugation
    # Extra Explanation PV 
  4. Wederkerend voornaamwoord / Reflexive pronoun
  5. Vraagwoorden / interrogative pronouns
  6. Voorzetsels/ prepositions
    # Voorzetsels I / prepositions
    # Voorzetsels II / prepositions
  7. Verkleinwoorden/ Diminutives
  8. Typisch Nederlandse uitspraken / Sayings
  9. Scheidbare werkwoorden/ Separable Verbs
  10. Persoonlijk voornaamwoord / personal pronoun
  11. Meervoud/ Plural
  12. HEB of BEN / to be or not to be
  13. Maak een zin I / How to make a sentence
  14. Maak een zin II / How to make a sentence
  15. Scheidbare werkwoorden/ separable verbs
  16. Voegwoorden/ Conjunctions
  17. Tegenovergesteld / Opposite
  18. Veranderletters / Changingletters
  19. Vreemde dingen / Stranger Things

Exercises

  1. Vervoegen / Conjugate
  2. Nu en later / now and later
  3. Kijk en vertel / See en tell
  4. Werkwoorden in een zin / Verbs in a sentence
  5. Voorzetsels / Exercise
  6. Spraak oefening A, I, IE, O, U, EU
  7. Persoonsvormen / Personal forms
  8. Maak zinnen / Make a sentence
  9. Maak er meer van! / make it more!
  10. Maak een verhaal/ Make a Story
  11. Conversatie oefenen / Practice conversation
  12. Convesatie oefenen 2/Practive conversation 2

Quiz/ Test your knowledge

  1. Quiz/ Test Lessons 1
  2. Quiz Hoeveelheden
  3. Voorzetsels 1
  4. Werkwoorden I
  5. Werkwoorden II
  6. Hoe zou jij het zeggen?
  7. Op Bezoek
  8. Op het werk