Gewoon leren!/ Just learn

Werkwoord (Engels) Stam Voltooid Verleden Tijd Onvoltooid Verleden Tijd
accepteren (to accept) ik accepteer ik heb geaccepteerd ik accepteerde
dansen (to dance) ik dans ik heb gedanst ik danste
geloven (to believe) ik geloof ik heb geloofd ik geloofde
halen (to fetch) ik haal ik heb gehaald ik haalde
leren (to learn) ik leer ik heb geleerd ik leerde
luisteren (to listen) ik luister ik heb geluisterd ik luisterde
maken (to make) ik maak ik heb gemaakt ik maakte
pakken (to grab) ik pak ik heb gepakt ik pakte
praten (to talk) ik praat ik heb gepraat ik praatte
rennen (to run) ik ren ik heb gerend ik rende
stoppen (to stop) ik stop ik heb gestopt ik stopte
sturen (to send) ik stuur ik heb gestuurd ik stuurde
wachten (to wait) ik wacht ik heb gewacht ik wachtte
werken (to work) ik werk ik heb gewerkt ik werkte
wonen (to live) ik woon ik heb gewoond ik woonde
zwemmen (to swim) ik zwem ik heb gezwommen ik zwom
zoeken (to search) ik zoek ik heb gezocht ik zocht
Werkwoord (Engels) Stam Voltooid Verleden Tijd Onvoltooid Verleden Tijd
zorgen (to care) ik zorg ik heb gezorgd ik zorgde
verhuizen (to move) ik verhuis ik ben verhuisd ik verhuisde
proberen (to try) ik probeer ik heb geprobeerd ik probeerde
zetten (to put) ik zet ik heb gezet ik zette
reizen (to travel) ik reis ik heb gereisd ik reisde
schreeuwen (to shout) ik schreeuw ik heb geschreeuwd ik schreeuwde
lachen (to laugh) ik lach ik heb gelachen ik lachte
verdienen (to earn) ik verdien ik heb verdiend ik verdiende
leren (to learn) ik leer ik heb geleerd ik leerde
volgen (to follow) ik volg ik heb gevolgd ik volgde
hopen (to hope) ik hoop ik heb gehoopt ik hoopte
lachen (to laugh) ik lach ik heb gelachen ik lachte
dromen (to dream) ik droom ik heb gedroomd ik droomde
durven (to dare) ik durf ik heb gedurfd ik durfde
spelen (to play) ik speel ik heb gespeeld ik speelde
Werkwoord (Engels) Stam Voltooid Verleden Tijd Onvoltooid Verleden Tijd
ontdekken (to discover) ik ontdek ik heb ontdekt ik ontdekte
bedanken (to thank) ik bedank ik heb bedankt ik bedankte
pakken (to grab) ik pak ik heb gepakt ik pakte
luisteren (to listen) ik luister ik heb geluisterd ik luisterde
smeren (to smear) ik smeer ik heb gesmeerd ik smeerde
horen (to hear) ik hoor ik heb gehoord ik hoorde
missen (to miss) ik mis ik heb gemist ik miste
vermoorden (to murder) ik vermoord ik heb vermoord ik vermoordde
betalen (to pay) ik betaal ik heb betaald ik betaalde
kneden (to knead) ik kneed ik heb gekneed ik kneedde
slopen (to demolish) ik sloop ik heb gesloopt ik sloopte