
|
|
| Nederlands | Uitleg/ explanation |
|---|---|
Ouders |
Je vader en moeder noem je jouw OUDERS. |
Vader |
Je hebt je vader en je hebt je moeder. |
Moeder |
Je hebt je vader en je hebt je moeder. |
Zoon |
Je vader en je moeder hebben een zoon en/of een dochter. En dat ben jij. Of je hebt zelf kinderen. Heb je een zoon of een dochter? |
Dochter |
Je vader en je moeder hebben een zoon en/of een dochter. En dat ben jij. Of je hebt zelf kinderen. Heb je een zoon of een dochter? |
Opa |
De vader van je vader is jouw opa. Jouw vader is de OPA van jou kind(eren), als je die hebt. |
Oma |
De moeder van je moeder is jouw oma. Jouw moeder is de OMA van jou kind(eren), als je die hebt. |
Grootmoeder |
De moeder van je moeders moeder is jouw GROOTMOEDER. |
Grootvader |
De vader van je vaders vader is jouw GROOTVADER. |
Schoonmoeder |
Je partners moeder is jouw SCHOONMOEDER. |
Schoonvader |
Je partners vader is jouw SCHOONVADER. |
Schoonouders |
De vader en moeder van je partner noem je jouw SCHOONOUDERS. |
Schoonzus |
Een dochter van je schoonouders is jouw SCHOONZUS. |
Zwager |
Een zoon van je schoonouders is jouw ZWAGER. |
Broer |
Als jouw ouders nog een jongen als kind hebben, dan is dat jouw BROER. |
Zus |
Als jouw ouders nog een meisje als kind hebben, dan is dat jouw ZUS. |
Oom |
Een OOM is de broer van je vader of moeder. |
Tante |
Een TANTE is de zus van je vader of moeder. |
Neef |
Een NEEF is de zoon van je oom of tante. |
Nicht |
Een NICHT is de dochter van je oom of tante. |
rev. 110624

