| Wok |
Wok
een wok
1 wok > 2 wokken |
|
Ik bereid mijn eten in een wok. Ik ben dan aan het wokken.
( I prepare my food in a wok. Then I’m stir-frying. ) |
 |
| Fork |
Vork
de/ een vork
1 vork > 2 vorken |
|
Een vork gebruik je tijdens het eten. Je prikt je eten op de vork.
(You use a fork while eating. You put your food on the fork.) |
 |
| Knife |
Mes
het/ een mes
1 mes > 2 messen |
|
Met een mes snijd je je vlees in stukjes. Met een mes kun je snijden.
(Use a knife to cut your meat into pieces. You can cut with a knife.) |
 |
| Spoon |
lepel
de/ een lepel
1 lepel > 2 lepels |
|
Met een lepel kun je soep eten. Een lepel is om vloeibare dingen te eten.
(You can eat soup with a spoon. A spoon is for eating liquid things.) |
 |
| Teaspoon |
Theelepel
een theelepel
1 theelepel > 2 theelepels |
|
Met een theelepel roer je je koffie of thee. Een theelepel is om je koffie of thee te roeren.
(Use a teaspoon to stir your coffee or tea. A teaspoon is for stirring your coffee or tea.) |
 |
| Towel |
Handdoek
de/ een handdoek
1 handdoek > 2 handdoeken |
|
Met een handdoek droog je je handen af. Een handdoek is om je handen af te drogen.
(Dry your hands with a towel. A towel is for drying your hands.) |
 |
| Dishcloth |
Theedoek
de/ een theedoek
1 theedoek > 2 theedoeken |
|
Met een theedoek kun je borden en bestek afdrogen. Je droogt bijvoorbeeld een vork af.
(You can dry plates and cutlery with a tea towel. for example a fork.) |
 |
| Plate |
Bord
een/ het bord
1 bord > 2 borden |
|
Op een bord ligt je eten. Het bord staat op tafel.
(Your food is on a plate. The plate is on the table.) |
 |
| Saucer |
Schotel
de schotel
1 schotel > 2 schotels |
|
Bij een schoteltje hoort een kopje. Daarom zeggen wij in Nederland: Kop en schotel.
(A saucer comes with a cup. That’s why we say in the Netherlands: Cup and saucer.) |
 |
| Pan |
Pan
de/ een pan
1 pan > 2 pannen |
|
In een pan kun je eten koken. Je kookt het eten in een pan.
(You can cook food in a pan. You cook the food in a pan.) |
 |
| Bowl |
Kom
de kom
1 kom > 2 kommen |
|
In een kommetje kun je yoghurt doen. Of vla. We noemen dat in Nederland een toetje. De vla zit in een kom.
(You can put yogurt in a bowl. Or custard. We call that a dessert in the Netherlands. The custard is in the bowl.) |
 |
| Baking pan |
Koekenpan
de/ een koekenpan
1 koekenpan > 2 koekenpannen |
|
In een koekenpan bak je bijvoorbeeld vlees of een pannekoek.
(For example, you can fry meat or a pancake in a frying pan.) |
 |
| Kitchen faucet |
Keukenkraan
de/Â een keukenkraan
1 keukenkraan > 2 keukenkranen |
|
Omdat dit een kraan in de keuken is noem je het de keukenkraan.
(Because this is a tap in the kitchen, you call it the kitchen tap.) |
 |
| Glass |
Glas
het / een glas
1 glas > 2 glazen |
|
Uit een glas kun je drinken. Je houdt je glas onder de kraan. Het water komt uit de kraan in je glas.
(You can drink from a glass. You hold your glass under the tap. The water comes from the tap into your glass.) |
 |
| Kitchen |
Keuken
de keuken
1 keuken > 2 keukens |
|
Deze les gaat over de keuken. In een keuken maak je eten en doe je bijvoorbeeld de afwas.
(This lesson is about the kitchen. In a kitchen you make food and do the dishes.) |
 |
| Counter |
Aanrecht
het aanrecht
1 aanrecht > 2 aanrechten |
|
Het werkblad in de keuken noemen we de aanrecht.
(We call the worktop in the kitchen the sink.) |
 |
| Kitchen cabinet |
Keukenkast
de/ een keukenkast
1 keukenkast > 2 keukenkasten |
|
Onder de aanrecht vindt je de keukenkastjes. In een keukenkast staan vaak potten en pannen.
(You will find the kitchen cabinets under the sink. A kitchen cupboard often contains pots and pans.) |
 |
| Kitchen drawer |
Keukenla
de/ een keukenla
1 keukenla > 2 keukenlades |
|
Tussen de aanrecht en de keukenkastjes zit de keukenla. In de keukenlades zit vaak bestek.
(The kitchen drawer is located between the sink and the kitchen cabinets. The kitchen drawers often contain cutlery.) |
 |
| Refrigerator |
Koelkast
de/ een koelkast
1 koelkast > 2 koelkasten |
|
In een koelkast bewaar je eten en drinken. Dan blijft het langer houdbaar.
(You store food and drinks in a refrigerator. Then it will last longer.) |
 |
| Stove |
(Gas)fornuis
het/ een (gas)fornuis
1 fornuis > 2 fornuizen |
|
Op het fornuis kook of bak je je eten. Een gasfornuis heeft een vlam.
(You cook or bake your food on the stove. A gas stove has a flame.) |
 |
| Electrical stove |
Kookplaat
de/ een kookplaat
1 kookplaat > 2 kookplaten |
|
Tegenwoordig is alles elektrisch en dan noem je het een kookplaat. Een kookplaat heeft geen vlam.
(Nowadays everything is electric and then you call it a hob. A hob has no flame.) |
 |