Op weg / On the Road (only Dutch)

Say in Dutch…
Er stond een file op _______.

Een _______ heeft meerdere rijstroken

Op _________ is minder verkeer.

Op een ________ is één rijstrook.

Het huis staat in  __________.

Een ______ in Nederland.

De straat werd verlicht door een ______.

De auto was tegen een ________ aan gereden.

_________ heeft een rood, oranje en groen licht.

Een _________ regelt het verkeer.

Voetgangers steken over bij ________.
Een __________ is een veilige plek voor voetgangers.
Op _______  mag je niet fietsen.

________ is voor voetgangers om op te lopen.

___________ is voor fietsers en niet voor auto’s .
Een _______ heeft de vorm van een cirkel. Ik rijd op een rotonde.
Het was erg druk, ik kon geen __________ vinden.
In Nederland hebben we veel ___________ (plural)