Extra uitspraak: NG en SCH

Zinnen met “ng”
1 De slang glijdt soepel door het lange gras.
2 Ze zingt vrolijk tijdens het fietsen in de regen.
3 De jongen vangt een springende kat in de tuin.
4 Het onderzoek duurde erg lang, ik kreeg honger.
5 Tijdens het wandelen zagen we een gang vol planten.
6 De zingende vogels maken de ochtend echt bijzonder.
7 De slingers hangen in de woonkamer.
8 De tweeling behangt de woning.
9 De lange schaduw van de lantaarn viel op de muur.
10 Ze maakte een sprong van de hoge rots.
11 Deze mengeling van smaken is een feestje voor de tong.
12 Het kindje vond in de gang een prachtige ring van goud.
13 De koning trouwt met de koningin.
14 Ze sprongen van blijdschap toen ze het goede nieuws ontvingen.
15 De zingende sterren deden de nacht stralen van magie.

 

Zinnen met “sch”
1 De schaduw viel op de schutting in de tuin.
2 Het schip vaarde snel over de gladde scheren.
3 Ze kocht een prachtige schotel voor het avondeten.
4 Zijn schetsen waren een bron van inspiratie voor de kunstenaar.
5 De schatkist was vol met schitterende juwelen.
6 ‘s Nachts hoorde hij het geschreeuw van de schreeuwleeuwerik.
7 De scheidsrechter nam een moeilijk besluit tijdens de wedstrijd.
8 Hun schuilplaats was goed verborgen achter de schutting.
9 De kinderen speelden enthousiast in het schimmige bos.
10 Ze maakte een schokkende ontdekking in het oude archief.
11 De schilder zette een schaduwrijke plek op het doek.
12 In de schuilkelder luisterde hij naar het gesis van de verwarming.
13 Het geschrift op de muur vertelde een schokkend verhaal.
14 De schaterlach van het meisje vulde de lucht met vreugde.
15 Op de school had hij altijd een sterke affiniteit met de geschiedenis.